Een Olympische Spelen op je cv. Jarenlang trainen op het hoogste niveau. Presteren onder enorme druk, omgaan met tegenslagen en iedere dag proberen een beetje beter te worden. Het klinkt als een behoorlijk indrukwekkend profiel. En toch kan de stap van topsport naar de arbeidsmarkt behoorlijk groot zijn. Want waar een andere kandidaat misschien jarenlang relevante werkervaring heeft opgebouwd, bracht een topsporter diezelfde jaren grotendeels door in een sporthal, op het water, op het ijs of op het sportveld. Kijk je alleen naar diploma’s, functietitels en jaren relevante werkervaring, dan valt je oog misschien vooral op wat er níét op het cv staat.
Zonde. Want achter zo’n cv zit vaak een wereld aan ervaring.
Meer dan presteren
Sanne van Kerkhof kent beide kanten van die wereld en, om in sporttermen te blijven, van die medaille. Als voormalig shorttracker stond ze zelf op de Olympische Spelen. Tegelijkertijd volgde ze een hbo-opleiding. Veel trainen, veel reizen en ondertussen proberen om óók buiten de sport aan haar toekomst te bouwen. Nu zet ze die ervaring in bij NOC*NSF, waar ze zich bezighoudt met de brede ontwikkeling van TeamNL-sporters. Want een topsportcarrière draait natuurlijk om presteren en medailles winnen, maar volgens Sanne moet er ook aandacht zijn voor de persoon achter die prestatie. Ze omschrijft dat mooi als ‘de gláns van de medaille’. Uiteindelijk wordt er maar één iemand wereldkampioen. En tegenover bekende namen als Jutta Leerdam, Sifan Hassan, Femke Bol of Jeroen Kampschreur staan duizenden topsporters die bij het grote publiek veel minder bekend zijn. Dat maakt hun ontwikkeling niet minder waardevol. Want juist alles wat er onderweg gebeurt: trainen, verliezen, opnieuw beginnen, jezelf tegenkomen en weer doorgaan, vormt iemand. Daarom worden sporters binnen TeamNL onder meer ondersteund bij zelfontwikkeling en loopbaanoriëntatie. Er zijn groepsprogramma’s en loopbaancoaches, sporters kunnen kennismaken met bedrijven en krijgen ondersteuning bij heel praktische stappen richting de arbeidsmarkt, zoals het maken van een cv. Dat is belangrijk tijdens hun sportcarrière, maar misschien nog wel meer wanneer die carrière stopt. Want als je jarenlang een groot deel van je identiteit, tijd en energie in sport hebt gestoken, kan er rond je dertigste ineens een behoorlijk grote vraag ontstaan: wat nu?
Wat staat er níét op het cv?
Die overgang vraagt iets van de sporter. Maar zeker ook van werkgevers. Want topsporters beschikken over kwaliteiten die zich niet altijd makkelijk laten vangen in een functieprofiel. Ze weten hoe het is om jarenlang ergens naartoe te werken. Om na een teleurstelling opnieuw te beginnen. Om feedback te krijgen, zichzelf continu te verbeteren en onder druk te presteren. En zoals Sanne terecht opmerkt: wie op kantoor een verslag schrijft, doet dat meestal niet terwijl er 20.000 mensen meekijken en verwachten dat je precies op dát moment het allerbeste uit jezelf haalt. Bovendien houdt topsport niet op zodra de training voorbij is. Eten, slapen, herstellen, reizen en sociale activiteiten: vrijwel alles staat in het teken van die sport.
“Sport begint vaak omdat je iets als kind ontzettend leuk vindt. Het wordt je hobby en je ontdekt dat je ergens talent voor hebt, wordt beter, gaat wedstrijden doen en blijft jezelf ontwikkelen. Uiteindelijk wordt het een lifestyle.”— Sanne van Kerkhof, NOC*NSF
En precies daarin doe je ervaringen en vaardigheden op die je niet vanzelfsprekend op school of in een reguliere baan ontwikkelt.