Algemene cijfers jeugdwerkloosheid

De coronacrisis hakt er op verschillende terreinen flink in bij de Nederlandse bevolking, zo ook bij de jongere generatie. Hoewel de afgelopen jaren een daling te zien was in het aantal werkloze jongeren (2014: 13% en 2019: 6,6%), is de jeugdwerkloosheid in 2020 weer gestegen naar 9,1 procent. De coronapandemie wordt aangemerkt als één van de belangrijkste redenen voor deze stijging. Deze cijfers van het UWV laten zien dat bij een crisis, jongeren vaak als eerste hun baan verliezen. In de periode maart tot en met juli 2020 steeg het aantal nieuwe WW-uitkeringen voor jongeren tot en met 25 jaar maar liefst met 264% ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Gelukkig blijkt ook uit de cijfers dat in veel gevallen jongeren als één van de eersten weer werk vinden, zodra de economie aantrekt.

Jongeren met startkwalificatie minder vaker werkloos

In de loop der jaren is gebleken dat jongeren met een startkwalificatie minder vaak werkeloos raken dan jongeren die de school verlaten zonder diploma.  Men spreekt van een startkwalificatie wanneer jongeren school verlaten met mbo-2 diploma en hoger, of havo of vwo-diploma op zak. In 2020 was 7,4 procent van de jongeren met een starkwalificatie werkloos. Dit aantal lag significant hoger bij de jongeren zonder startkwalificatie (11,4%). Kortom: jongeren mét een starkwalificatie hebben een voorsprong op de arbeidsmarkt en hebben meer mogelijkheden dan jongeren zonder een startkwalificatie. Cijfers uit 2008 wijzen daarnaast ook uit dat je als werkende jongere zonder startkwalificatie minder voordelen geniet dan je oud-klasgenoten met een diploma. Zo verdienden jongeren zonder diploma minder uurloon (14,72 vs. 17,87 euro) en kregen ze minder vaak een vast contract (40% vs. 56%).

Jongeren met een migratieachtergrond harder geraakt door coronacrisis

Jongeren met een migratieachtergond worden harder geraakt door de coronacrisis. Cijfers van het CBS uit 2020 laten zien dat in deze doelgroep de werkloosheidcijfers bijna twee keer zo groot zijn, ten opzichte van jongeren met een Nederlandse achtergrond (14,6% ten opzichte van 7%).

Geen startkwalificatie verhoogt risico op criminaliteit en hogere zorgkosten
Uit de cijfers blijkt dat jongeren zonder startkwalificatie meer moeite hebben bij het vinden van aansluiting op de arbeidsmarkt. Zij lopen een groter risico om met criminaliteit in aanraking te komen. Het is daarom belangrijk dat er zo vroeg mogelijk vanuit preventief oogpunt wordt geïnvesteerd in deze jongeren. Daarnaast blijkt dat jongeren zonder startkwalificatie, hogere zorgkosten hebben. Voortijdig schoolverlaten heeft dus een nadelig effect op zowel de jeugdige zelf als op de samenleving.  

Wat kan je als school betekenen in de aanpak en preventie van jeugdwerkloosheid?

Om dit tegen te gaan zijn er verschillende initiatieven. Bijvoorbeeld de landelijke aanpak: Passend onderwijs en het Thuiszitterspact. Het aanpakken van schoolverzuim vraagt een gelaagde aanpak. Hieronder sommen wij op welke stappen een school kan nemen om schoolverzuim- of uitval preventief te voorkomen én tijdig een passende aanpak te bieden voor leerlingen die dreigen uit te vallen.

  • Investeer als school in het pedagogisch schoolklimaat en in de klassen;
  • Investeer in het verzuimbeleid van de school;
  • Analyseer met ouders en leerlingen het verzuim. Ga na welk type verzuim er speelt en hoe je het gezin het beste kan ondersteunen;
  • Signaleer beginnende problemen en risico-elementen. Denk bijvoorbeeld aan overgangsmomenten, terugval in cijfers, veranderingen in de thuissituatie of pesten;
  • Zet gerichte interventies in bij jeugdigen die verzuimen. Welke interventies het meest werkzaam zijn voor welk type verzuim kan nagelezen worden in het document van net NJI: Wat werkt bij schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten’
  • Blijf het verzuim en de gekozen aanpak periodiek evalueren, zodat indien nodig tijdig kan worden bijgestuurd. Een ‘schoolverzuimteam’ kan deze taak bijvoorbeeld oppakken.

Wat kan je als jeugdprofessional betekenen in de aanpak en preventie van jeugdwerkloosheid?

Het is van belang dat professionals zich bewust zijn van impact die ouders / verzorgers kunnen hebben op jongeren en het voorkomen van schooluitval. Vaak wordt gedacht dat jongeren in de puberteitsfase niet gevoelig zijn voor positief gedrag vanuit de opvoeder. Echter uit onderzoek is gebleken dat bijvoorbeeld betrokkenheid van ouders bij de schoolactiviteiten van het kind bijdraagt aan het voorkomen van schooluitval (zie ook: Wat werkt bij partnerschap met ouders?).

Zet in op preventie

In de praktijk is het moeilijk voortijdig schoolverlaters terug te laten keren naar school. Daarom zijn preventieve activiteiten succesvoller dan activiteiten gericht op leerlingen die al zijn uitgevallen. De voorkeur gaat uit naar een gezamenlijke preventieve aanpak, gericht op meerdere leefgebieden van de jeugdige. Ter voorkoming van schooluitval moet je rekening houden met riscofactoren en beschermende factoren in het kind, in de thuissituatie, in de vriendengroep, op school en in de samenleving. Belangrijk is dat ouders, school en andere professionals (zoals een leerplichtambtenaar) samenwerken om negatieve invloeden van vrienden te voorkomen.
 
Meer informatie over de aanpak van jeudgwerkloosheid vind je hier: