Preventie in het jeugdbeleid
Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) ondersteunt de gedachten over duurzaam preventiebeleid. Met behulp van de preventiematrix (ontwikkeld door kennisinstituten) ontstond een aanpak die altijd over drie parallelle lijnen verloopt. Problemen aanpakken (geïndiceerde preventie), risico’s op problemen aanpakken (selectieve preventie) en investeren in beschermende factoren tegen risico’s (universele preventie). Gemeenten kunnen het steungeld als vliegwiel gebruiken om te zorgen dat jongeren er blijvend voordeel van hebben. Daarbij helpt het hanteren van andere beleidsuitgangspunten. Trek maximaal 50% van de middelen uit voor geïndiceerde preventie, besteed 35% aan selectieve preventie bij risicogroepen (jongeren in scheidingssituaties, structurele armoede of met een verstandelijke beperking) en benut de resterende 15% voor het versterken van beschermende factoren (welzijn en participatie vergroten, armoede bestrijden, gelijke kansen creëren, aanwezigheid op school stimuleren).Denkrichtingen
Vanuit de gedachten aan duurzaam preventiebeleid geven we drie concrete denkrichtingen voor de besteding van de middelen:- Inzetten op preventie en versterking van de sociale basis. Focus op het versterken van wat er is; opvoedondersteuning, sociaal werk, jeugdgezondheid;
- Gebruik maken van buffer voor het nudgen van lokale initiatieven;
- Visualiseren van preventie; een openbare dansvloer, urban speeltuin, sporttoestellen buiten.