Natuurvriendelijk Isoleren en het Soortenmanagementplan

Op 28 mei 2024 kondigde minister De Jonge (BZK) aan dat gemeenten gebruik kunnen maken van de werkwijze Natuurvriendelijk Isoleren (NVI). Wat betekent deze tijdelijke gedoogconstructie voor gemeenten?

Nu gemeenten gebruik kunnen maken van Natuurvriendelijk Isoleren hoeven zij niet te wachten tot zij een goedgekeurd pre-soortenmanagementplan (SMP) hebben, omdat dat in veel gevallen nog maanden zal duren. Dit geeft gemeenten handvatten om op korte termijn verder te gaan met hun isolatieprogramma.

Dit is goed nieuws voor eigenaren van grondgebonden woningen, isolatiebedrijven en gemeenten. Aan de andere kant mag dit niet ten koste gaan van de natuur en beschermde diersoorten. Gemeenten moeten daarom als onderdeel van de werkwijze NVI aan de slag met het aanbrengen van vervangende verblijfplaatsen (het zogeheten compensatieplan).

Samenhang tussen Natuurvriendelijk isoleren en het Soortenmanagementplan

Het soortenmanagementplan is momenteel hot topic in gemeenteland. Een SMP is een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor gebouwbewonende beschermde diersoorten (in deze context). Met deze generieke omgevingsvergunning ontslaat de gemeente inwoners (binnen het onderzoeksgebied) van de plicht om een QuickScan flora- en fauna uit te voeren als zij willen isoleren of verbouwen. De onderzoeksresultaten van het ecologische onderzoek van het SMP hebben namelijk de waarschijnlijkheid van de aanwezigheid van soorten in kaart gebracht. De ecologische onderzoeksdata geven inwoners een direct handelingskader als het gaat of er aanvullend onderzoek moet worden uitgevoerd of dat een inwoners geen actie hoeft te ondernemen. Dit bespaart inwoners veel tijd en geld. Voorheen moesten inwoners altijd een QuickScan flora- en fauna uitvoeren bij activiteiten zoals isolatie of een verbouwing. Daarnaast is een SMP een goed instrument om de stand van beschermde diersoorten te verbeteren, een versnelling te realiseren voor de isolatieopgave en provincies te ontlasten omdat zij minder vergunningsaanvragen van inwoners en gefaseerde onderzoeksgebieden van gemeenten en woningcorporaties hoeven te beoordelen. Om deze redenen wordt ervoor gepleit dat, op termijn, alle gemeenten met een SMP moeten werken.

Het laten opstellen van een SMP duurt echter een paar jaar. Als oplossing voor de looptijd van het SMP-onderzoek werd daarom een ‘pre-SMP’ in het leven geroepen. De verwachting is dat de doorlooptijd alleen maar toe zal nemen, omdat ecologische bureaus de vraag momenteel moeilijk aan kunnen. Het pre-SMP is een tijdelijk omgevingsvergunning op basis waarvan in gemeenten gedurende twee jaar een groter percentage van de CBS-buurten doelgroep geïsoleerd mag worden, zonder dat er veldonderzoek is uitgevoerd. Zij moeten dan wel voldoen aan een aantal voorwaarden, waarvan de uitvoering van een fors compensatieplan met grote mitigerende maatregelen zoals het plaatsen van massaverblijfplaatsen (grote vleermuiskasten en ruimten). Op dit moment zijn er een aantal provincies die werken met een pre-SMP. Om te voorkomen dat gemeenten in de andere provincies op korte termijn alsnog tegen een isolatiestop aan lopen is de gedoogconstructie in samenhang met de al bestaande landelijke werkwijze NVI bedacht.

Landelijke werkwijze

Volgens deze werkwijze mogen gemeenten in de komende drie jaar maximaal 6% van de woningen per CBS-buurt laten isoleren. Inwoners zijn verplicht om isolatiebedrijven in te schakelen die natuurvriendelijk isoleren. Deze bedrijven zijn allemaal aangesloten bij natuurvriendelijkisoleren.nl en maken gebruik van een meldingsapplicatie. Zo kan worden gemonitord of niet meer dan 6% van de woningen per buurt wordt geïsoleerd. Daarnaast moeten gemeenten per vleermuissoort vervangende verblijfplaatsen realiseren. De betreffende provincie levert hiervoor de data aan. Aan de hand daarvan kan een gemeente een compensatieplan opstellen. Dit moet voor 80% gerealiseerd zijn op 15 februari 2025 en kan worden uitgevoerd door gespecialiseerde bedrijven.

Knelpunten

Het reguleren van natuurvriendelijk isoleren is pionieren. Dat blijkt ook wel uit het traject tot zover: er wordt een oplossing bedacht, vervolgens blijkt dat dit toch nog niet de gewenste versnelling teweegbrengt, waarna er weer een nieuwe (tijdelijke) methode wordt geïntroduceerd. Langzaamaan komt de structurele werkwijze steeds dichterbij, maar in de tussentijd is het voor gemeenten (en anderen betrokkenen) moeilijk om door de bomen heen het bos te blijven zien. In dit proces lopen gemeenten tegen diverse knelpunten aan:

  • Gebrekkige communicatie: de ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op. Gemeenten worden hierover geïnformeerd via meerdere kanalen (de VNG, kamerbrieven, natuurvriendelijkisoleren.nl, de provincie). Provincies volgen verschillende tijdspaden wat betreft de invulling van het pre-SMP. Algemene (landelijke) communicatie is daardoor soms op de ene gemeente wel van toepassing, terwijl dit voor een gemeente in een andere provincie niet opgaat. Met als dat het voor gemeenten vaak niet duidelijk is wat er precies van hen wordt verwacht. Besluiten worden daardoor uitgesteld, in de hoop dat er later meer duidelijkheid is.
  • Financiële dekking: wat al wel duidelijk is: het opstellen en uitvoeren van een SMP gaat gepaard met de nodige kosten. Het Rijk heeft een Specifieke Uitkering (SpUk) beschikbaar gesteld waarmee gemeenten een deel van de onderzoekskosten kunnen dekken. Daarnaast wordt verwezen naar een samenwerking met woningcorporaties en het gebruikmaken van andere rijksgelden (SpUk NIP LAI, CDOKE). In de praktijk blijkt echter dat een deel van de kosten – zeker de structurele kosten – met gemeentelijke middelen moeten worden gedekt. Om praktische en/of principiële redenen kunnen of willen veel gemeenten dit niet betalen.
  • Creëren van draagvlak: De uitvoering van een SMP valt of staat met het draagvlak dat ervoor kan worden gecreëerd. Er moet politiek draagvlak zijn (voor financiële middelen), er moet binnen de organisatie draagvlak zijn (een SMP raakt namelijk aan allerlei (beleids)terreinen) en tot slot moeten inwoners worden geïnformeerd over en geactiveerd om natuurvriendelijk te isoleren. Dit vraagt om een duidelijk communicatieplan voor zowel interne als externe communicatie.

Er zijn naast de knelpunten een hoop kansen. Zowel voor gemeenten inwoners als natuurlijk ook de dieren waarvoor deze regeling gemaakt is. Voor gemeenten wordt het namelijk steeds duidelijker hoe zij actief zorgvuldig kunnen handelen als het gaat om soortenbescherming. Met de omgevingsvergunning SMP vraagt de gemeente een gebiedsbrede vergunning aan, waar inwoners en woningcorporaties gebruik van kunnen maken.

Daarnaast vallen deze actualiteiten binnen een grotere ontwikkeling van de Omgevingswet. Met hun SMP kunnen gemeenten de ecologische data toevoegen aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Inwoners kunnen dan direct bij een aanvraag voor een vergunning, of melding zien wat ze moeten doen om de dieren in en om hun woning te beschermen. Makkelijker voor de ambtenaar en duidelijker voor de inwoner. Natuurlijk is dit voor nu nog toekomstmuziek, maar wel het perspectief. Alle dieren zoals de mussen, zwaluwen en ook die fladderende vleermuizen zijn blij met dat er aandacht is voor de bescherming van hun verblijfplekken.

Zo kan jij ook in de toekomst blijven genieten van het gezellige gekwetter van huismussen in je tuin.