Overheid weet kwetsbare kinderen onvoldoende te beschermen

Op 7 september verscheen het onderzoeksrapport van de Universiteit Leiden dat verslag deed van de eindevaluatie van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen. Deze wet trad begin 2015 in werking, tegelijkertijd met de decentralisatie van de jeugdzorg.

Wet herziening kinderbescherming
Deze wet vormt samen met de Jeugdwet de Nederlandse wet- en regelgeving m.b.t het besluitvormingsproces in de jeugdzorg. De wet herziening kinderbescherming regelt specifiek de maatregelen die een rechter kan opleggen om de ontwikkeling en veiligheid van een kind te waarborgen. Enkele grote wijzigingen ten opzichte van voorgaande wetgeving zijn de nieuwe rechtsgrond voor het opleggen van ondertoezichtstelling en een nieuwe kinderbeschermingsmaatregel: beëindiging van gezag.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de belangrijkste wetswijzigingen moeilijk uitvoerbaar zijn. Een oorzaak daarvan is het haperende jeugdbeschermingsstelsel. De conclusie van de onderzoekers liegt er niet om: de overheid weet kwetsbare kinderen in Nederland onvoldoende te beschermen. Na ondertoezichtstelling of (verplichte) uithuisplaatsing van kinderen in onveilige thuissituaties, krijgen zij niet de zorg die ze nodig hebben. Het is niet alleen een probleem van de gecertificeerde instellingen (de organisaties die o.a. de ondertoezichtstellingen uitvoeren) maar van de gehele jeugdzorgketen.

Extra budget, verlagen werkdruk

Minister Weerwind (Rechtsbescherming) en staatssecretaris Van Ooijen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) spreken dezelfde zorgen uit. In een kamerbrief van 14 september benoemen zij maatregelen die de situatie op den duur moeten verbeteren. Zo stellen zij onder andere voor extra budget vrij te maken om de werkdruk binnen de Jeugdbescherming en Jeugdzorg, omlaag te brengen.

Reactie kinderbescherming

De jeugdbescherming en Jeugdzorg reageren teleurgesteld op de door de ministers benoemde maatregelen. De crisis ontstond volgens Jeugdzorg niet zomaar, problemen verergerden doordat deze al jaren voortsleepten. Het kabinet negeerde eerdere noodkreten, wat bijdroeg aan de ernst van de crisis. Een tijdelijke financiële stimulans biedt vaak slechts een kortstondige oplossing. Bovendien is er een landelijk tekort aan professionals binnen de Jeugdzorg. Met extra geld creëer je hierin niet direct meer aanbod. Vergelijk het met de ziekenhuizen die tijdens de coronapiek niet zomaar het aantal ic-bedden konden opschroeven. Het opleiden van personeel kost immers tijd.

Aanpassen normenkader

De kamerbrief oppert te onderzoeken of “het normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering kan worden aangepast zodat de mogelijkheden vergroot worden om (nog) niet SKJ geregistreerden in te zetten in de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen.” Een dergelijke maatregel zal wellicht leiden tot meer beschikbaar personeel, maar het is zeer te betwisten of deze de kwaliteit van de kinderbescherming op korte termijn verbetert.

Verhit debat Tweede Kamer

Ook de Tweede Kamer is niet overtuigd van de maatregelen die worden voorgesteld in de bewuste kamerbrief. Dit leidt tot een verhit debat op 15 september, een dag na publicatie van de kamerbrief. Naar aanleiding van dit debat krijgt Minister Weerwind zes weken de tijd om samen met betrokken gemeenten en instellingen te werken aan een plan om de situatie op korte termijn nog te verbeteren.

De maat is vol

Voor de uitvoerende jeugdbeschermers is de maat echter al vol. Maaike van der Aar, FNV bestuurder Jeugdzorg, stelt vast dat de sector in feite al is omgevallen. Vanaf 10 oktober starten de jeugdbeschermers met werkonderbrekingen. Deze werkonderbrekingen worden gezien als een noodrem om de sector nog enigszins te redden.  De maatregelen die zijn aangekondigd om de sector te ondersteunen ervaart de FNV als “volstrekt ondermaats”.

De stem van het kind

Hoewel iedere belanghebbende partij erkent dat het beschermen van kwetsbare kinderen beter moet, weten zij elkaar nog niet te vinden in de zoektocht naar duurzame oplossingen. Bovendien horen betrokkenen tijdens deze zoektocht één partij stelselmatig onvoldoende: het kind. De onderzoekers aan de Universiteit Leiden deden dit wel. De stem van het kind was duidelijk: Praat mét de kinderen in plaats van over hen!