In het vorig regeerakkoord is opgenomen dat de loonkostensubsidie in de Participatiewet vervangen zou moeten worden door loondispensatie. Na enkele debatten in de Tweede Kamer en een stevige oproep vanuit de samenleving dit niet te doen, is besloten dit plan in te trekken. In de debatten van destijds heeft de staatsecretaris veel argumenten gegeven over het niet functioneren van de loonkostensubsidie. Ook lichtte hij toe welke problemen de afschaffing zou oplossen. De geest was dus uit de fles, maar de oplossing werd afgeschoten. Nadat de loondispensatie de prullenbak in ging, was er nog wel een duidelijke behoefte aan oplossingen voor problemen in de Participatiewet die zichtbaar zijn geworden. Hiervoor is een kleine vier jaar geleden het breed offensief voor de arbeidsmarkt gestart. Begin 2020 is hiervoor een wetsvoorstel ingediend. Nu de formatie al lange tijd in beslag neemt en voor nu wetsvoorstel stilligt is het tijd voor een overzicht.

Studietoeslag

Al sinds de invoering van de studietoeslag in de Participatiewet in 2015 zijn er geluiden te horen over deze regelingen. Gemeenten kennen deze regeling niet vaak genoeg toe. Daarnaast zijn er grote verschillen tussen de bedragen die toegekend worden per gemeente. Hier wilde het vorige kabinet op ingrijpen. Daarom is in het wetsvoorstel opgenomen dat deze regeling een hoogte zal krijgen van

€ 300,- voor personen van 21 jaar en ouder. Personen tussen de 15 en 21 jaar kunnen ook aanspraak maken op deze regeling volgens dit voorstel. Zij zouden echter een lager bedrag per maand ontvangen, afgeleid van de minimumjeugdlonen. In 2021 zou deze aanpassing al ingevoerd moeten zijn, maar dat is niet gelukt. Het ministerie heeft gemeenten al wel gevraagd om zoveel als mogelijk een hogere studietoeslag te verstrekken.

Uit onze informatie blijkt dat ongeveer de helft van de gemeenten de studietoeslag naar € 300,- per maand heeft verhoogd, maar net iets meer dan de helft dit niet heeft gedaan. Alle wetgeving staat klaar om dit door te voeren, ook de nadere regelgeving is gereed. Op 11 november jl. is er een akkoord bereikt in de Tweede Kamer op basis van een amendement dat is ingediend voor de leden Van Dijk en Maatoug. Hierin is opgenomen om de uniformering van de studietoeslag in te voeren via de Verzamelwet SZW 2022 en wel per 1 april 2022. Uit de reactie van de staatssecretaris tijdens het debat en de steun van andere partijen, lijkt het er op dat dit gaat lukken.

Inkomensvrijlating voor deeltijders met loonkostensubsidie

In het wetsvoorstel is ook een inkomensvrijlating opgenomen voor personen die met loonkostensubsidie werken, maar nog niet voldoende verdienen om financieel zelfredzaam te zijn. De wetgever heeft twee varianten uitgewerkt. De eerste optie is om de vrijlating maximaal 12 maanden te verstrekken met als doel de werknemer te stimuleren tot een grotere arbeidsomvang. Er zullen echter ook deeltijders zijn, die het niet lukt om de uren uit te breiden en los te komen van de bijstand. Voor hen kan de vrijlating structureler worden ingezet. Ook het invoeren van deze vrijlating staat nu on hold. Het ministerie gaat nu kijken naar een ander wetsvoorstel, waarin de invoering kan worden geregeld. In andere wetsvoorstellen lijkt dit nu niet terug te komen. Kennelijk vond het ministerie het punt te groot of te principieel om dit bijvoorbeeld in de Verzamelwet van SZW voor 2022 mee te nemen.

Uitzondering zoektermijn kwetsbare jongeren

De Participatiewet heeft via de Tijdelijke wet Covid-19 SZW tot 1 oktober 2021 de mogelijkheid gehad om voor kwetsbare jongeren een uitzondering te maken op de zoektermijn. Een vergelijkbare mogelijkheid staat ook in het wetsvoorstel voor het breed offensief. Vanuit de tijdelijke uitzonderingen in verband met corona werd gehoopt dat de mogelijkheid van het breed offensief hierop zou aansluiten. Dit blijkt nu door de vertraging niet het geval. Gemeenten hebben nu geen wettelijke ruimte om de zoektermijn niet toe te passen. Natuurlijk heeft nog wel elke gemeente de ruimte om de zoektermijn zo logisch mogelijk in te richten voor elke persoon.