Actualiteiten Participatiewet: het ontvangen van boodschappen in de bijstand

Op 23 augustus 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in de geruchtmakende boodschappen zaak. Waar een gemeente bijstand terugvorderde bij een bijstandsgerechtigde die op structurele basis boodschappen van haar moeder ontving. In deze interessante uitspraak springen een aantal punten in het oog.

Voedselbank vs. boodschappen via een familielid

Zo behandelt de Centrale Raad het onderscheid tussen boodschappenpakketten die anderen van de voedselbank krijgen met deze casus. Volgens de Raad is een relevant verschil dat er voor pakketten van de voedselbank een financiële beoordeling wordt gemaakt en dat het vaak een tijdelijke situatie is. Dat er begeleiding wordt geboden om de zelfredzaamheid te vergroten speelt ook een rol. De ondersteuning door moeder van belanghebbende voldeed hier niet in. Hierdoor zijn beide situaties niet met elkaar te vergelijken.

Boodschappen als gift

Ook de vraag omtrent middelen speelde een rol. De Raad heeft hier ook een duidelijke uitleg bij gegeven. De gemeente heeft de bijstand terecht teruggevorderd, echter mag de gemeente niet stellen dat boodschappen als gift zijn uit te leggen. Hierdoor is ook het giftenbeleid van de gemeente niet van toepassing, de mogelijke vrijlating op basis van 31 lid 2 ook niet. Hierbij is van belang dat boodschappen niet op een andere manier te gelde zijn te maken. Dit is anders bij bijvoorbeeld een schenking van aan auto of een ander gebruiksgoed.

Inlichtingenplicht

Wel heeft de gemeente terecht bijstand teruggevorderd en ook de inlichtingenplicht geschonden. Dit komt omdat wel gesteld kan worden dat door het structureel ontvangen van boodschappen belanghebbende lagere noodzakelijke kosten van het bestaan heeft. Artikel 18 lid 1 maakt een afstemming, dus verlaging, van de bijstand mogelijk. Doordat er op deze manier een link ontstaat met de hoogte van de bijstand was het feit dat belanghebbende boodschappen ontving van haar moeder een relevant gegeven. Doordat dit niet gemeld is, bestaat er voor de gemeente een verplichting om terug te vorderen.

Huisbezoek als onderzoeksmethode te ingrijpend

Het laatste opvallende punt van de uitspraak ligt in het feit dat de Raad de gemeente veroordeelt in het betalen van een schadevergoeding aan belanghebbende. Dit betreft een vergoeding voor immateriële schade. Deze is ontstaan doordat de gemeente een huisbezoek heeft afgelegd bij belanghebbende, terwijl er andere minder ingrijpende onderzoeksmethoden voor handen waren in dit specifieke geval. Een duidelijk signaal van de Raad waar veel gemeenten notie van moeten nemen. De kans is groot dat deze uitspraak van de Raad een precedent gaat zijn voor huisbezoeken in de toekomst die te weinig grond hebben.